Seingeving
- 1 nov 2025
- 2 minuten om te lezen

Seingeving heeft ten doel het geven van aanwijzingen aan de machinist m.b.t. de veilige en efficiënte afwikkeling van het spoorwegverkeer; het bevordert de snelle afwikkeling van het verkeer en voorkomt onnodig stoppen en snelheid verminderen.
Aanwijzingen voor de machinist worden gegeven door seinbeelden. Waar zowel seinen langs het spoor (laterale seinen) als cabineseingeving worden gegeven wordt met regelgeving bepaald, welke seingeving prevaleert. De seinbeelden geven informatie, die betrekking heeft op de voor de trein ingestelde en vastgelegde rijweg.
Om de veiligheid te borgen moet een sein, of seinbeeld, aan drie eisen voldoen:
Het moet tijdig en duidelijk aan de machinist getoond worden, c.q. zichtbaar zijn;
Het moet niet kunnen worden verward met een ander seinbeeld of andere informatie;
De machinist moet het seinbeeld begrijpen en weten hoe moet worden gehandeld om er opvolging aan te geven.
Het in Nederland op het spoorwegnet toegepaste seinstelsel met laterale seinen is een snelheidsstelsel; met borden wordt de maximale snelheid aangegeven, lichtseinen geven:
toestemming om te rijden met de door borden aangegeven snelheid of eventueel een lagere;
toestemming om de snelheid tot een aangegeven waarde op te voeren;
opdracht om een bepaalde lagere snelheid aan te houden;
opdracht om “op zicht” te rijden;
een verbod om te rijden.
Er zijn drie aanwijzingen betreffende de snelheid:
vaste beperkingen;
variabele beperkingen;
tijdelijke snelheidsbeperkingen.
Elke aanwijzing vereist een afzonderlijk seinbeeld; het totaal van de seinbeelden wordt het seinstelsel genoemd.
Eisen aan een seinbeeld te stellen:
Eenduidigheid in beeld en betekenis (één-éénduidigheid: ieder beeld heeft één betekenis en bij iedere betekenis hoort maar één beeld).
Waarborging veiligheid; hierdoor worden garanties in een seinbeeld noodzakelijk; indien een storing kan optreden dient dit tot meer restrictie te leiden, er dient dan een restrictiever seinbeeld getoond te worden.
Het Nederlandse seinstelsel gebruikt geen rangeerrijwegen of rangeerseinen. Alle rangeerbewegingen worden op dezelfde wijze behandeld als treinbewegingen. Wat in Nederland rangeren genoemd wordt, zijn bewegingen van rangeerdelen in begrensde gebieden, waarbinnen de beveiliging bewust uitgeschakeld wordt en wissels door rangeerders met de hand of vanuit een lokale post bediend worden.
De met langs het spoor staande seinen geven opdrachten dienen bij het bereiken van het sein te worden opgevolgd. Een opgelegde snelheidsvermindering moet direct worden uitgevoerd, snelheidsverhoging mag pas plaatsvinden als de trein het spoorgedeelte, waarvoor de lagere snelheid vereist was, geheel heeft verlaten.
De inhoud en betekenis van de seinbeelden inclusief eventuele toepassingsbepalingen staan vermeld in de Regeling Spoorverkeer.
In de volgende posts wordt wat dieper ingegaan op specifieke aspecten van seingeving:





Opmerkingen