Flankbeveiliging en doorschietlengte
- 24 aug 2025
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 13 okt 2025

Waar de kans op het onbedoeld passeren van een stoptonend sein onevenredig groot wordt geacht en de gevolgen daarvan bijzonder ernstig kunnen zijn, wordt het incidenteel treffen van maatregelen in de beveiliging voorgeschreven:
flankbeveiliging;
doorschietlengte.
Flankbeveiliging is het verhinderen, dat een trein of voertuig via een wisselverbinding in een (andere) rijweg terecht komt. Middelen voor flankbeveiliging zijn: gekoppelde wissels, stopontspoorblokken, ontspoortongen en het sturen van wissels met voorkeurstand in de, van de te beveiligen rijweg, afleidende stand.
Flankbeveiliging is in principe bij ontwerpen van de infra niet altijd vereist, maar moet wel toegepast worden in geval losse wagens onbedoeld in beweging kunnen komen of waar treindelen, bijvoorbeeld als gevolg van een rangeerbeweging, in een beveiligde rijweg zouden kunnen komen.
Doorschietlengte ontstaat door het plaatsen van seinen op een veilige afstand van een gevaarpunt. Dit middel wordt toegepast bij aansluitingen van hoofdsporen en - indien voldoende ruimte aanwezig is - ook bij seinen voor beweegbare bruggen.
Doorschietruimte kan ook worden gecreëerd door de ingestelde rijweg zich te laten uitstrekken tot een vereiste afstand achter het eindsein van de rijweg; deze uitvoering gaat ten koste van de capaciteit van het betreffende gebied en vindt daarom in Nederland geen toepassing.





Opmerkingen